Lichamelijke beperking 

Een lichamelijke beperking betekent dat je lichaam bepaalde dingen niet goed kan, of zelfs helemaal niet. Dit kan aangeboren zijn, door een chronische aandoening, of door bijvoorbeeld een ongeluk. Een lichamelijke beperking kan het moeilijker maken om te bewegen, te horen, te zien, te spreken of te  onthouden. Ook pijn en vermoeidheid komt veel voor. Het heeft invloed op je dagelijks leven. Het verschilt ook of je op jonge leeftijd wordt geconfronteerd met de beperkingen of dat je op latere leeftijd door ziekte of ongeluk je leven moet aanpassen.  

Wat ons heeft geholpen zijn gesprekken met mensen die hier ook door zijn geraakt. In deze gesprekken is ons perspectief en uitzicht geboden en zijn er handvatten aangereikt. Deze dingen hebben ons geholpen met het omgaan met de beperking.  

Door zelf deze ervaring te hebben gehad weten wij hoe belangrijk het is om hierover te praten. Het is ons duidelijk geworden hoe waardevol alleen al een luisterend oor kan zijn. 

Een lichamelijke beperking heeft veel verschijningsvormen. Het kan zichtbaar  zijn, of onzichtbaar. Ieder zal zijn beperking ook anders ervaren. Een kleine opsomming volgt hieronder maar is zeker niet compleet. 

Aangeboren

Met een aangeboren handicap is de beperking van jongs af aan al aanwezig. Je leert dus vroeg dat er beperkingen zijn. Vaak wordt er speciaal onderwijs gevolgd. Op jonge leeftijd worden er hulpmiddelen ingezet. Ouders en begeleiders zijn vaak nauw betrokken. Er zijn vragen zoals: wat doe je na de schoolopleiding, waar en hoe kan je zelfstandig(er) wonen, waar vind je een leuke baan of een zinvolle dagbesteding? Ook hierin kunnen wij onze ervaringen delen.  

Niet aangeboren:     

Je wordt van de een op andere dag geconfronteerd met een beperking door ziekte of ongeluk. Dit betekent vaak dat er een leven vóór het ongeluk of de ziekte is en een leven erna. Het roept veel vragen op: kan je nog terug naar je werk, kan je nog thuis wonen, heb je aanpassingen nodig en hoe kom je aan aanpassingen?  

Ook familieleden krijgen te maken met de beperkingen. Het is vaak afscheid nemen van wat kon en zoeken naar wat wel kan. Dit gaat niet vanzelf maar is een rouwproces.  Praten hierover kan veel opluchten. 

Progressieve aandoening:  

Met een progressieve aandoening weet je dat de achteruitgang doorgaat. Het voortdurend aanpassen aan de achteruitgang is een uitdaging. Vooruit kijken  naar wat nodig is aan aanpassingen vraagt veel inspanning. Hulp van de artsen, ergotherapeut, fysio, thuiszorg enz. zijn noodzakelijk. Aanvragen bij zorgverzekering, gemeente of fondsen kosten erg veel tijd. 

Ook bij ons zijn er ervaringsdeskundigen en gebruikers van hulpmiddelen die weten wat er te koop of aan te vragen is. Met deze hulpmiddelen kan men zo lang mogelijk functies blijven uitvoeren. Te denken valt aan rolstoelbesturing, beademingsmogelijkheden, spraakcomputer of armondersteuning. Ook een luisterend oor kan veel betekenen. 

Niet voor iedereen is het gemakkelijk om hulpmiddelen te aanvaarden. Wij als ervaringsdeskundigen weten hier alles vanaf. Ook wij hebben weleens moeten slikken. “Wat moet de omgeving wel niet denken” of “daar ben ik nog niet aan toe”. Ondertussen weten we dat je eigenlijk altijd te laat de stap zet. Aanvragen kunnen heel lang duren.  

Door erover te praten en te laten zien wat een hulpmiddel kan betekenen hopen wij mensen te kunnen helpen.  

Vaak kunnen wij ook de weg wijzen in de aanvraagprocedure. Er is expertise in aanvragen bij de WMO, zorgverzekering, WLZ en soms ook van fondsen. Contact met lotgenoten kan dan veel betekenen. Lotgenoten praten met elkaar over wat zij hebben ervaren in een soortgelijke situatie. Herkennen dat jij niet de enige bent die tegen hetzelfde probleem aanloopt kan een gevoel van steun geven.
Herkennen dat jij niet de enige bent die tegen dingen aanloopt kan een gevoel van steun geven.